Sigmund Family Memorial

Naast het poesie album is dit het enige dat nog bestaat van Liselotte. Het schrift is waarschijnlijk van les Nederlands op school waarbij ze gedichtjes 'in het net' overschreef. Op de voorkant van het kaft heeft ze haar naam geschreven en middenop een bloemetje getekend met rode besjes. De gedichtjes zijn geschreven met inkt en een kroontjespen.

Snoepwinkeltje
Het eerste gedicht heet Snoepwinkeltje. Het is geschreven door Manna de Wijs-Mouton (1873-1947), een Haagse chansonnière die tekst én melodie schreef. Het verscheen als zesde lied in haar tweede bundel Zeven liedjes (1916), en werd bekend toen het in 1918 in het Concertgebouw werd gezongen door Jean-Louis Pisuisse. [Wikipedia]

Kindergedachten
Het tweede gedichtje is van C.S. Adama van Scheltema (1877–1924), uit de bundel Eenzame liedjes (1906). Het regensgedicht - een kind dat 's nachts ligt te luisteren - werd veel opgenomen in schoolleesboeken.

Wag-hondjes
Het derde gedichtje heet Wag-hondjes. Dit is in het Afrikaans, niet Nederlands.


Het vroege kievitsei
Van A.C.W. Staring (1767–1840), een grappig verhaaltje over Piet Smul die onderweg van Leiden naar Den Haag een kievitsei koopt van een knaap, een jongen - om aan het eind te horen dat zijn grootmoeder het ei al het jaar daarvoor gekookt had.

Muskiete-jag
Van de Afrikaanse dichter A.D. Keet, een grappig gedicht over het jagen op een mug die de slapende verteller urenlang heeft gepest. De held kondigt met grote stelligheid aan dat de mug zal sterven - en mist hem dan. [Chessalee]

Het geitenweitje
Van Jacqueline van der Waals, uit de bundel Gebroken kleuren (1939). Een teer gedichtje over een klein geitje op de wei dat de dichter aankijkt met groot vertrouwen. [Gedichten]